Tweels Tweak

Op De Dikke Blauwe (opiniemagazine met website, e-zines, printmagazine, congressen en jaarboek over filantropie, doneren, sociaal investeren en besturen) publiceer ik de veelgelezen column Tweels Tweak. Prikkelende bijdragen over governance, maatschappelijk ondernemerschap, openbaar bestuur, trends, fondsenwerving, politiek, media en management.

 

Hieronder lees je de meest recente bijdragen.

 

Meer lezen?  Hier vind je eerdere columns - of bestel het boek Marktgericht, missiegedreven waarin de beste columns gebundeld zijn.

  

Marc van den Tweel

 

 

Geven en/of nemen; dat is de vraag

Foto door Timur Weber via Pexels
Foto door Timur Weber via Pexels

In Nederland praten we niet over hoeveel we doneren aan een goed doel. Daar moet verandering in komen want 'zien geven, doet geven'.
 
Het was in Nederland usance dat als je, als bedrijf of vermogende particulier, substantiële donaties geeft aan goede doelen je dat niet (of in ieder geval nauwelijks) kenbaar maakt aan de buitenwacht. Het moe(s)t een ‘goed bewaard geheim’ blijven tussen gever en ontvanger. Waar dat vandaan komt? Dat is klip en klaar, het vindt zijn oorsprong in onze calvinistische volksaard. Staat in de Bijbel immers niet: ‘Maar als je aalmoezen geeft, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. Zo blijft je aalmoes in het verborgene, en jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen’ (Mattheüs 6: 2-4).’ Geven moet voortkomen uit onbaatzuchtigheid, je moet er geen voordeel aan ontlenen.
 
De realiteit is dat ‘zien geven, doet geven.’ Met jouw gift kun je anderen inspireren om datzelfde te doen. Dat dit werkt blijkt vooral uit Angelsaksische voorbeelden (die ook hier inmiddels opgang doen) zoals Giving Circles (particulieren die samen een project adopteren), Giving Tuesday (de nieuwe ‘geefbeweging’) of het initiatief van ’s werelds superrijken: The Giving Pledge. Om in Bijbelse termen te blijven (Mattheüs 25: 14-30) ‘woeker je wel voldoende met je talenten als je niet laat zien dat je geeft?’. Voor de niet Bijbel-vasten: etymologisch is woekeren een onschuldig woord; de crux van het gezegde is dat je ‘moet doen wat je kunt’.
 
Nog een slagje filosofischer. Moet geven eigenlijk wel voortkomen uit onbaatzuchtigheid? Adam Smith liet immers in zijn studie naar de werking van de economie (The Wealth of Nations) met het concept The Invisible Hand, zien dat handelen uit welbegrepen eigenbelang (onbedoeld) ook het algemeen belang ten goede komt. En tegenwoordig weten we ook nog eens dat geven een vorm van zelfexpressie is. Amerikaanse vakbroeders, zoals Fundraising Guru Geoff Peters, zeggen het al jaren: ‘fundraising is not begging, but giving people the ability to express themselves’. Het is zelfs méér dan dat: een bijdrage aan het geluk van de gever!
 
Kortom. Vertel vooral dat je geeft. Dat is goed voor iedereen. Toch zijn daar óók wat kanttekeningen bij te zetten. Als het uitdragen borstklopperij wordt komt er, vroeg of laat, een tegenreactie. En pas helemaal op als je bijdrage niet in verhouding staat tot de omvang van je bedrijf of omzet (of je er nu over vertelt of niet). Ik las bijvoorbeeld laatst over een multinational die een boomplantprogramma sponsorde. Bij nadere beschouwing was de omvang daarvan vergelijkbaar, met een soortgelijk programma van een regionale scholengemeenschap. Kijk, dat is vragen om gedoe.
 
Maar het gaat ook om moraliteit en respect. Gever en ontvanger moeten in een volwassen relatie ten opzichte van elkaar staan. Het-steeds-maar-weer (moeten?) uitspreken van dankbaarheid behoort niet bij een partnership, waarbij vertrouwen de basis hoort te zijn. In haar boek Verdrink geen dooie eend beschrijft topbestuurder Marry de Gaay Fortman beeldend hoe zij (in haar tijd als voorzitter van AMREF Flying Doctors) geconfronteerd werd met soortgelijke dilemma’s: ‘als je een miljoen krijgt om te investeren, laat je AMREF in Kenia dat geld ter plekke besteden, of regel je het zelf en mag Afrika toekijken?’ Het gaat dus ook om vertrouwen geven. Een herkenbaar issue voor internationale Ngo’s die bijna allen worstelen met de balans tussen control en accountability versus partnership.
 
De les van dit alles? Geven is soms ook nemen. En soms ook nadrukkelijk niet. Maar eenvoudig is het nooit. Maar dat wisten we eigenlijk al.

 

(oktober 2021)



  

Meer over fondsenwerving, ethiek en geven is te lezen in het boek Marktgericht, missiegedreven dat Marc van den Tweel schreef. Marktgericht, missiegedreven kost €19,99 en is verkrijgbaar via de boekhandel of in de webshop van Walburg Pers

Tweels Tweak wordt op persoonlijke titel geschreven door Marc van den Tweel. Van den Tweel is algemeen directeur van sportkoepel NOC*NSF en toezichthouder bij het Rijksmuseum van Oudheden. Voorheen was hij algemeen directeur bij Natuurmonumenten en Ronald McDonald Kinderfonds en marketingdirecteur bij het Wereld Natuur Fonds. 
 

Verboden te doneren?!

DDB-huiscolumnist Marc van den Tweel verbaast zich over de criticasters van (grote) giften; die denken dat doneren iets transactioneels is. ‘Je geeft wat en je krijgt er wat voor terug.‘ Oppervlakkige kritiek volgens Van den Tweel.

Wat waren ‘we’ blij, een paar jaar geleden - toen superrijken met The Giving Pledge nadrukkelijk lieten horen dat ze hun kapitaal gingen inzetten om de wereld een stukje mooier te maken (‘a commitment by the world's wealthiest individuals and families to dedicate the majority of their wealth to giving back’). Ik schreef er al eerder over dat dit ook tot scepsis leidde, veelal onterechte scepsis wat mij betreft. ‘Wees blij dat ze hun vermogen inzetten voor de goede zaak. Ze kunnen er tenslotte ook andere dingen mee doen!’ 
 
De filantropische outcoming leidt echter ook (en steeds vaker) tot tegenreactie.  In Het Financieele Dagblad van 6 augustus 2021 is bijvoorbeeld een intrigerend interview (auteur: Gerben van der Marel) te lezen met Marlene Engelhorn, die deel uit maakt van één van de rijkste Duitse ondernemersfamilies (BASF-nazaten met een geschat eigen vermogen van 4,2 miljard). Zij is verbonden aan Tax me Now, een initiatief waarin superrijken oproepen tot (meer) fairebelastingen. Nu lijkt dat niet zo’n gek idee, ook al omdat uit allerhande studies blijkt dat de Dagobert Ducks van deze wereld niet altijd hun fair share betalen. Im- en expliciet gaat Engelhorn echter een paar stappen verder. Ze neemt bijvoorbeeld afstand van haar eigen familie die ook filantropisch actief is. Ja, zelfs tegen de nieuwe filantropen die besluiten om substantieel te investeren in zaken die zij belangrijk vinden: ‘miljardairs zouden niet zelf mogen beslissen of en hoe ze - en op welke manier ze bijdragen aan de samenleving’. Kortom: belastingheffing moet hèt instrument zijn voor maatschappelijke verandering – en niet persoonlijke voorkeuren.
 
Dit geluid, de zaag aan de stoel van filantropie (en daarmee aan burgerkracht, aan commitmentaan de publieke zaak, aan persoonlijke voorkeuren, aan vrijheid van opvattingen) horen we ook in ons land vaker. Want ja, Nederlanders beschouwen zichzelf graag als een openminded volkje, maar achterdocht regeert toch snel in de Nederlandse polder. Zeker onder politieke duiders. ‘Zomaar geld geven zonder eigen belang, dat kan niet waar zijn.’ Illustratief is wat dat betreft het ‘gedoe’ over donaties in de ‘CDA-Omtzigt soap’ (en vooral de fall out daarvan). In Het Financieele Dagblad van 14 juli 2021 suggereert Hans Stegeman, hoofdstrateeg bij Triodos bank, bijvoorbeeld dat de Nederlandse overheid te koop zou zijn. Er zouden genoeg ‘IT-jongens of vastgoedboeren zijn’ (alleen al deze wijze van het beschrijven van ondernemers zet de toon al!, framing heet dat) die daar geld in willen steken. En in het NRC Handelsblad van 3 augustus 2021 betoogt politicoloog Wouter Schakel dat ‘donaties niet thuishoren in een democratie. De vraag is niet óf donaties invloed kopen, maar hoe en hoeveel.’
 
Er komt verbazingwekkend weinig tegengas op deze oprispingen. Ja, in Quote (september 2021) demonteert Maarten de Gruyter deze stellingen. De bekende mecenas (onder andere diabetesonderzoek…. én CDA) doet dat vakkundig, maar zal de schijn wel tegen hebben… Quote èn vastgoedondernemer….
 
Het tegengeluid moet er echter wel (nadrukkelijker) komen. Laten we duidelijk zijn. Of het nu gaat om donaties aan politieke partijen, kerken, of organisaties op het gebied van gezondheid, sport of natuur; in Nederland zijn heel veel systemen in place. Systemen, professionele waarden en normen, beroeps- en brancheverenigingen, codes en keurmerken die zorgen voor de nodige hygiëne. Hygiëne ook in de verhouding tussen gever en ontvanger. En ja, natuurlijk kan het altijd beter (inderdaad politieke partijen zijn wat betreft achterlopers, die moeten zich gaan optrekken aan de goede doelen-branche). Maar er is géén reden om filantropie, donaties, aan de straat te zetten. Doneren is geen onfatsoenlijke bezigheid! Integendeel.
 
Laten we nog een slagje dieper gaan. De critici (die veelal denken dat we beter af zijn met taxation) gaan ervan uit dat doneren een transactioneel iets is. Je geeft wat en je krijgt er wat voor terug. Dat is een premisse die nergens op gebaseerd is. Praktijk èn theorie laten zien dat geven veelal een onbaatzuchtige daad is, gestoeld op religieuze of filosofische overwegingen. Of een daad van plichtsbesef (burgerschap). Of zelfverwerkelijking, laten zien wie je bent. Het gaat dieper, veel dieper dan alleen het (platte) denken in transacties. Dat is een te makkelijke wijze om filantropie af te serveren. Lees er De spiritualiteit van fondsenwerving van Henri Nouwen, de Nederlandse Rooms-Katholieke priester en hoogleraar aan onder andere Harvard, maar eens op na. Hij schrijft over werven én geven als een vorm wederzijdse dienstbaarheid, gebaseerd op liefdevolle relaties. Een mooie antipode tegen al die recente instant opinies over filantropie!

 

(augustus 2021)

 

 


 

Meer over fondsenwerving, ethiek en de publieke zaak is te lezen in het boek Marktgericht, missiegedreven dat Marc van den Tweel schreef. Marktgericht, missiegedreven kost €19,99 en is verkrijgbaar via de boekhandel of in de webshop van Walburg Pers

Tweels Tweak wordt op persoonlijke titel geschreven door Marc van den Tweel. Van den Tweel is algemeen directeur van sportkoepel NOC*NSF en toezichthouder bij het Rijksmuseum van Oudheden. Voorheen was hij algemeen directeur bij Natuurmonumenten en Ronald McDonald Kinderfonds en marketingdirecteur bij het Wereld Natuur Fonds.


Chief Executive of Curling Executive?

 

Wie heeft er niet naar de onvolprezen tv-serie ‘De Luizenmoeder’ gekeken? Een heerlijke comedy die de Nederlandse taal verrijkt heeft met tal van uitdrukkingen. Eén van de mooiste: ‘curling ouders’; ouders die alle problemen voor hun kinderen weg willen nemen, iedere oneffenheid voor ze ‘weg willen vegen’.
 
Veel professionals willen eigenlijk ook zo’n baas. Eén die obstakels voor ze wegneemt, zodat ‘ze lekker kunnen werken’. En met dat laatste wordt dan bedoeld dat zodra de obstakels uit de weg zijn, die leidinggevende zich met zo min mogelijk moet bemoeien. Laat staan moet gaan managen. Mensen die er zo naar kijken zullen zich herkennen in het gedachtengoed van schrijver-adviseur Mathieu Weggeman die al eens een boek schreef met de titel ‘Leidinggeven aan professionals? Niet doen!’ Je zou dit kunnen uitleggen als ‘dienend leiderschap’ (alhoewel dat die filosofie tekortdoet). Tegelijkertijd (paradoxaal) zijn de meest bewonderde businessleaders van de afgelopen decennia Elon Musk, Steve Jobs en Richard Branson. En laten we eerlijk zijn: dat zijn nu niet bepaald dienende leiders. Integendeel zou je kunnen zeggen.
 
Jim Collins (wetenschapper, onderzoeker en auteur van Good to Great) schreef al eerder dat de beste en meest succesvolle leiders vaten vol tegenstrijdigheden zijn; ze combineren bescheidenheid en wilskracht, nederigheid en onverschrokkenheid, ze zijn vastberaden en hebben een onbedwingbare behoefte aan resultaten. Fondsenwervingsgoeroe Alan Clayton heeft, mede op basis van het gedachtengoed van Collins – en veel eigen onderzoek, dit vertaald naar de goede doelen sector en in het bijzonder naar het vak fondsenwerving. Hij laat zien hoe organisaties (sensationeel) succesvoller kunnen worden in het werven van fondsen. Voor hem is duidelijk dat in die organisaties het leiderschap dan wel OK moet zijn (voorwaarde numero uno): ‘when the CEO ‘gets it’ – it works.’
 
Clayton betoogt dat ‘bazen’ de obstakels voor fondsenwervingsucces uit de weg moeten ruimen (die veelal gaan over cultuur, investeringsbereidheid en communicatie). Aha, Clayton is dus ook een curlingadept? Het type dat ‘vooral niet in de weg wil lopen’…? Nou nee, Clayton heeft de curlingsport écht begrepen. Dat is namelijk een zeer strategische sport, waarin richting geven het meest belangrijke element is. Door bij het loslaten van een curlingsteen op een bepaalde manier - en door op de juiste momenten juist wel óf niet te vegen wordt het resultaat bepaald. Niks moeilijkheden uit de weg ruimen: het is een combi van ruimte geven en richting bepalen - en ook besluitvaardigheid. Alan Clayton laat zien hoe mensen en organisaties die deze paradoxen weten te verenigen extreem succesvol zijn of kunnen worden. Clayton’s Nederlandse partner Nassau biedt daarvoor een mooi programma aan. Wat mij betreft een aanrader. Nieuwsgierigheid is immers een basisvoorwaarde voor goed leiderschap!  
 
(Juni 2021)
 
 

Meer over leiderschap en fondsenwerving is te lezen in boek Marktgericht, missiegedreven dat Marc van den Tweel schreef. Marktgericht, missiegedreven kost €19,99,- en is verkrijgbaar via de boekhandel of in de webshop van Walburg PersTweels Tweak wordt op persoonlijke titel geschreven door Marc van den Tweel. Van den Tweel is algemeen directeur van sportkoepel NOC*NSF en toezichthouder bij het Rijksmuseum van Oudheden. Voorheen was hij algemeen directeur van Natuurmonumenten en Ronald McDonald Kinderfonds en marketingdirecteur bij het Wereld Natuur Fonds.
 

De inspiratie van een Grand Old Lady

 

Soms heb je van die momenten die je niet meer vergeet. Eén van die momenten is voor mij toen Jane Goodall het podium betrad op de IEG-sponsorconferentie in Chicago in 2008. De Grand Old Lady van de natuurbescherming keek in alle rust de zaal met duizend-plus deelnemers in en stootte vervolgens de kreet van een chimpansee uit. De cynicus zal zeggen dat het effectbejag was. Maar het resultaat was een doodstille zaal die aan haar lippen hing. 
 
In de loop der jaren heb ik enkele tientallen, excellente, conferenties in de US bezocht. Voor mij werd daar duidelijk dat de cocktail van charisma, grote bekendheid, inhoudelijk commitment en een goed verhaal een enorme boost kan geven aan een organisatie of een thema. Geraakt werd ik door inspirational speakers zoals Bill Clinton, Desmond Tutu, Michael J. Fox en Lance Armstrong. De gave om een verhaal te vertellen dat je raakt en waarbij je het gevoel hebt dat dit speciaal voor jou uitgesproken wordt, het gevoel dat je ook zélf in beweging moet komen: het blijft bijzonder.
 
Natuurlijk, je maakt je als organisatie ook kwetsbaar als je jezelf verbindt aan een ambassadeur, een bekendheid. Goede reputaties komen te voet en gaan te paard, zeker tegenwoordig. En het kan écht fout aflopen, zie de rise and fall van Lance Armstrong. In zijn Werdegang gingen ook zijn fantastische werk voor kankeronderzoek en charity kopje onder. 
 
De andere kant is dat de betrokkenheid van een BN’er enorm goed kan werken. Zeker voor een startup is het endorsement van een bekend persoon, die vertrouwd wordt, van grote betekenis. Denk maar eens terug hoe de inzet van Marco Borsato War Child (mede) groot heeft gemaakt. Kortgeleden zag ik het nog van nabij, een lokaal initiatief dat publicitair ging vliegen door de betrokkenheid van voetbalster Dirk Kuyt en zijn Foundation
 
Als een organisatie eenmaal ‘staat’ is de verbintenis met een beroemdheid echter minder noodzakelijk, de organisatie heeft immers zelf ‘smoel’ en reputatie gekregen. Dat hoeft niet meer geleend te worden. En in het kader van risicomanagement kun je zelfs concluderen dat de liabilities van BN’ers groter worden dan de assets. Populariteit kent immers volatiliteit en aan reputationele smetjes ontkomt bijna niemand meer.
 
Er is echter een buitencategorie. Dat zijn de celebrities die zich niet laten ‘inhuren’, maar die een echte diepgevoelde en persoonlijke band hebben met een thema of een doel. Soms omdat ze het zelf opgericht hebben, denk aan Johan Cruyff en Dirk Kuyt. Of omdat ze een levenslange verbintenis voelen met een thema. Zoals Jane Goodall dat heeft met natuur en onze relatie met dieren. Dit ‘soort’ ambassadeurs is onverwoestbaar, onvermoeibaar en hun aansprekendheid blijft. Afgelopen week werd dat me dat nog eens bevestigd: op de digitale Salesforce-conferentie was Goodall keynotespeaker. De inmiddels 87-jarige, die nog steeds driehonderd dagen per jaar op reis is om haar verhaal te vertellen!, spatte van het scherm af met haar boodschap van hoop. Geen metaalmoeheid, nog steeds de gedreven inspirator die ik in 2008 voor het eerst zag. Zij is, nog steeds, een van de beste ambassadeurs voor het werk van natuurbeschermingsorganisaties wereldwijd!  
 
(mei 2021)
 



Tweels Tweak wordt op persoonlijke titel geschreven door Marc van den Tweel. Van den Tweel is algemeen directeur van Natuurmonumenten, landelijk voorzitter van wielerbond KNWU en toezichthouder bij het Rijksmuseum van Oudheden. Deze zomer begint hij als de nieuwe directeur van sportkoepel NOC*NSF. Begin juni verschijnt bij Walburg Pers zijn boek Marktgericht, missiegedreven.
 
 
Ga nu naar de pagina van Marc van den Tweel op De Dikke Blauwe en lees al zijn columns: klik hier.
 

Het Democratiefeest: politiek en de kunst van het ver-enigen

Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart vervulde ik mijn burgerplicht op het lokale stembureau. Saai? Welnee, het was een genoegen om zoveel mensen binnen te zien komen om te gaan stemmen. Het was echt het ‘feest van de democratie’. Bijna iedereen kwam opgewekt binnen en soms mochten we hele families begroeten, die de kinderen lieten zien ‘hoe dat nu eigenlijk gaat’. Denk dezer dagen maar eens aan Myanmar. Dan besef je weer wat voor voorrecht het eigenlijk is om in een democratie te leven, om te kunnen stemmen. Natuurlijk kun je tegenwerpen dat deze verkiezingen de versplintering in de hand gewerkt hebben. Tenslotte maken zeventien fracties hun intrede in het parlement. Ach, Vrijheid van Vereniging weet u nog? Het laat in ieder geval zien dat mensen ècht kiezen.

Het allermooist vond ik eigenlijk nog de opkomst. In mijn woonplaats kwam 89,6% van de kiesgerechtigden opdagen! Het stemde mij vrolijk. Politiek leeft dus kennelijk (weer). Er is dus echt zoiets als maatschappelijk engagement. De wake-up call kwam echter later toen ik een kleine analyse uitvoerde. Want hoe zit net nu eigenlijk met de verbinding van de ‘burger’ met de politiek? Nou, die blijkt verontrustend dun of volatiel. In mijn woonplaats (30.000 inwoners) waar bijna iedereen braaf gaat stemmen, zijn naar schatting slechts zo’n 300 mensen lid van een politieke partij! Wat gaat daar fout? Het ligt niet aan gebrek aan interesse in de politiek, als je denkt aan de kijkcijfers van de debatten of de opkomstcijfers. Tien tot twintig jaar geleden lagen die cijfers lager – terwijl toen bijna tweemaal zoveel mensen lid waren van een politieke partij! Navraag bij een aantal politieke partijen voor een verklaring, leidt tot de reactie: ‘lid worden van een vereniging is uit.’ Yeah, right. Er zijn in Nederland nog steeds veel (!) verenigingen die substantieel groeien. Dat staat zelfs los van sectoren; het varieert van sport en natuur tot cultuur. De rode draad is dat men ‘van nu’ is. Dàt bepaalt of men succes heeft. En (bijna) niets anders.
 
Kortom: voor de politiek ligt er een Blue Ocean te wachten. Een grote en matig ontgonnen markt! Een kans dus. Maar dat vraagt wel wat. Want als je nu kijkt naar de marketingperformance (de vier P’s van Kottler) van politieke partijen, dan is dat wel heel rudimentair. Aan de P-knop van Prijs wordt niet of nauwelijks gedraaid, kenmerkend is vooral dat het duur is om lid te worden. En de P-knop van Promotie wordt matig beroerd en leidt ook niet echt tot grote blijdschap. De meeste magazines van politieke partijen kenmerken zich bijvoorbeeld vooral door jargon en saaiheid.
 
Op de een of andere manier ontbreekt de trigger om hier ècht wat aan te doen. Illustratief is dat een paar jaar geleden, op de wereldbekende IFC-conferentie voor fondsen- en ledenwervers in Nederland, de staf van Bernie Sanders optrad. Bij uitstek grassroots campaigners. Volle bak was het bij de presentatie! Unicef was er, het Rode Kruis en zo nog tientallen andere organisaties – maar slechts één afgevaardigde van een politieke partij. Het zegt niet alles, maar wel iets.
 
Die smalle ledenbasis lijkt me niet goed voor politieke partijen. Vanuit een financieringsoogpunt, uit het oogpunt van legitimatie, uit het oogpunt van het bevorderen van burgerschap, uit het oogpunt van het opleiden van volksvertegenwoordigers, en zo verder. Politieke partijen zijn te veel ‘beroepsverenigingen van politici’ geworden (en nee, ik neem afstand van de suggestie van ‘kartelpolitiek’, dat werp ik verre van me). Het is vooral een langzame en onbedoelde ontwikkeling de verkeerde kant op: naar verenigingen van – voor – door professionals. Maar het tij kan gekeerd worden: door van de (politieke) vereniging ook echt weer een ver-eniging[1] te maken! Dat vraagt om een andere mindset, om actieve en professionele verenigingsmarketing, om mensen bij elkaar te brengen. Om grote(re) hoeveelheden mensen aan je te binden. Het zou het ‘feest van de democratie’ nog nèt wat mooier maken. Waar wachten we eigenlijk op?

 

(april 2021)
 


[1] Van vereniging naar ver-eniging; het waren de gevleugelde woorden van de veel te jong overleden Tom Doude van Troostwijk, columnist van De Dikke Blauwe.

Tweels Tweak wordt op persoonlijke titel geschreven door Marc van den Tweel. Van den Tweel is op dit moment algemeen directeur van Natuurmonumenten, landelijk voorzitter van wielerbond KNWU en toezichthouder bij het Rijksmuseum van Oudheden. Deze zomer begint hij als de nieuwe directeur van sportkoepel NOC*NSF.

►Ga nu naar de pagina van Marc van den Tweel op De Dikke Blauwe en lees al zijn columns: klik hier.

Worstelpartijtje met de vrijheid van meningsuiting

De vrijheid van meningsuiting is een groot goed in onze westerse, liberale, samenleving. Niet voor niets is deze vrijheid stevig geborgd in de grondwet (artikel zeven). Dat onderstreept de juridische, bestuurlijke en maatschappelijke importantie behoorlijk zou ik zeggen. De laatste jaren ontspon zich, enigszins, een debat over die waarden. Vooral over ‘kwetsen’, in het kader van religie. Hoe ver mag je daarin gaan? Hoe ‘licht geraakt’ ben ik – of die ander? Dat raakt eigenlijk aan een ander liberaal principe: jouw vrijheid eindigt waar de mijne begint. Een moeilijk debat.
 
Het debat over de vrijheid van meningsuiting verplaatst zich nu echter naar een andere dimensie: het bredere maatschappelijk debat. Koning Willem-Alexander heeft in zijn kersttoespraak de toon van dat debat centraal gesteld. In de toespraak stond hij stil bij mensen die zich niet thuis voelen ‘bij muurvaste standpunten’ en soms twijfelen of hun mening veranderen. 'Misschien bent u moe van de manische meningenmachine. Misschien bent u moe van opwinding, argwaan en fanatisme.’, zei de koning. Volgens de koning horen ‘scherpe debatten over uitgesproken opvattingen of radicale ideeën bij een vrije samenleving. Maar het kenmerk van een vrije samenleving is nu juist dat er ook ruimte is voor nuance.’ Hij noemde ironie en zelfrelativering ‘altijd het beste medicijn bij een opgekropt gemoed’.


Een terechte oproep van ons staatshoofd. De ‘opwinding, argwaan en fanatisme’ schuren op dit moment namelijk (soms) met die vrijheid van meningsuiting. Natuurlijk: countervailing power is welkom èn noodzakelijk in tijden als deze. Geen twijfel over mogelijk. Maar wat als het de grenzen van het betamelijke overschrijdt, of als het (bijna) strafbaar is? Of vragen gaat oproepen over het geestelijk welzijn van de afzender?


Ik zie dat opzoeken van grenzen steeds vaker gebeuren. En niet (alleen) in de krochten van Facebook (‘ik las het op Facebook, dus het is waar’). Of op de echokamer die Twitter geworden is – en waar fatsoenlijke mensen steeds minder te zoeken hebben; en néé, wat daar trending is - is niet waar de samenleving zich druk over maakt, het is steeds vaker een debat tussen doven met te sterke opinies. Maar óók op een zakelijk en keurig netwerkplatform als LinkedIn, struikel je in toenemende mate over straffe uitspraken. 

Van de week las ik aldaar nog dat onze minister-president aangesproken wordt met ‘Herr Rutte’ (sic!), ik zie suggesties van manipulatie, belangenverstrengeling, bedreigingen aan het adres van journalisten omdat ze ‘onderdeel van een complot’ zouden zijn. Of als je je schikt naar de huidige corona-regels je zou leiden aan het Stockholmsyndroom (het verschijnsel dat in houdt in dat de gegijzelde sympathie voor de gijzelnemer krijgt). Opmerkelijke statements dus. Het lijkt er overigens in toenemende mate op dat het isolement waarin steeds meer mensen zitten – alsook de economische erosie – de geestelijke frisheid niet ten goede komt en dit patroon verder aanjaagt. Net als de meningen-tsunami, die digital traces achterlaat – waar menigeen zich niet bewust van is.

Maar nu even praktisch. Wat doe je ermee als dit soort berichten geliked worden door jouw medewerkers? Of als je er al googelend achterkomt dat die berichten gepost zijn door die sollicitant die je eigenlijk wel wilde aannemen? Of de zalenverhuurder waar je vaak klant bent - en die digitaal verklaart dat de corona-hygiëne maatregelen onzin zijn? Ingrijpen in het eerste geval – het ondergraaft immers de geloofwaardigheid van je organisatie? De sollicitant toch maar niet aannemen? Een andere zalenverhuurder contracteren?

 

Of besluit je toch maar dat de vrijheid van meningsuiting boven alles gaat? Wie het weet mag het zeggen. Ik heb de antwoorden ook niet, maar het lijkt me wel dat het onderscheiden van feiten en fictie in toenemende mate belangrijk wordt (en dat daar slechts beperkte tolerantie aan de orde kan zijn). Kijk alleen maar naar de US waar het toe kan leiden als je dat niet doet. Maar bovenal, de koning citerend: in een vrije samenleving is er ruimte voor nuance. En die kunnen we alleen vinden als we de vrijheid van meningsuiting blijven koesteren. Hoe moeilijk dat ook is. Moedig – en soms struikelend – voorwaarts dus!

 

(februari 2021)



Tweels Tweak wordt op persoonlijke titel geschreven door Marc van den Tweel. Van den Tweel is algemeen directeur van Natuurmonumenten, landelijk voorzitter van wielerbond KNWU en toezichthouder bij het Rijksmuseum van Oudheden.

 

►Ga nu naar de pagina van Marc van den Tweel op De Dikke Blauwe en lees al zijn columns: klik hier.
 

De penduleparadox

Wellicht moet de pendule maar eens in het midden stoppen: de spotlights op civil power!
Wellicht moet de pendule maar eens in het midden stoppen: de spotlights op civil power!

Het is een natuurkundig begrip: de pendulebeweging. Maar ook bestuurskundig, in management en maatschappelijke percepties kennen we de term pendulebeweging. Kort door de bocht: als de wijzer (te hard) doorslaat naar de ene kant, komt er onmiskenbaar en onvermijdelijk een beweging naar de andere kant. 
 
Een praktisch voorbeeld. Herkenbaar voor iedere manager als het bijvoorbeeld om IT-services, het klantcontactcentrum, schoonmaak of beveiliging gaat. Na interne exercities over ‘wat onze core business is’, wordt er door organisaties genadeloos geoutsourced. Dat blijkt toch óók weer niet alles – waarna het grote insourcen na verloop van tijd weer van start gaat. Tot, juist ja, iemand zich afvraagt òf…. en de pendule weer de andere kant opslaat. Het lijkt bijna bezigheidstherapie! Natuurlijk: inzichten veranderen en dat is goed, net als het streven naar het vinden van een optimum. En dat is nooit af. Maar met iets meer afstand naar de Pavlov-achtige pendule-reflex kijken, zou ook geen kwaad kunnen.
 
Op een hoger abstractieniveau zien we de pendulereflex momenteel in alle hevigheid. Ondanks dat het bedrijfsleven zich (overwegend) steeds bewuster is van zijn maatschappelijke positie en betekenis en daarin zijn rol pakt, neemt de populariteit van corporates gestaag af. Deels terecht, en deels ook onterecht. Maar het resultaat is helder: het geloof in marktwerking neemt breed in de samenleving af. En dat vertaalt zich ook politiek. De verkiezingsprogramma’s voor de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen zijn daarvan een goede weergave. Van links tot rechts wordt het adagium ‘minder markt, meer overheid’ bepleit. Een opmerkelijke en breed gedragen koerswending. Want waar komt dat vertrouwen eigenlijk vandaan? Of is het ‘gewoon’ de reflex?
 
Columnist Mathijs Bouman schreef er in Het Financieele Dagblad (25 januari 2021) dit over: ‘De markt zorgde snel voor vaccins, de overheid organiseerde het trage prikken. De markt regelde kinderopvang in elke gemeente, de overheid ging over de toeslagen. Desondanks gaan we de komende verkiezingen afrekenen met de markt en een halt toeroepen aan de vervloekte marktwerking. De overheid moet terug aan het roer?’
 
De penduleparadox! Zou het niet beter zijn om ook hier met meer nuance naar te kijken? Overheid en markt zouden elkaar immers prima kunnen en moeten aanvullen. Kijk naar het functioneren van ons bestel op dit moment. Ik denk dat we zeer verheugd mogen zijn over een overheid (kabinet) dat macro-economisch, met uitstekende steunpakketten, onze economie tot dusverre overeind weet te houden. Laten we blij zijn met dat publiek leiderschap. Maar tegelijkertijd ook constateren dat men in de executie van beleid soms beter de markt in had kunnen schakelen: waarom laten we de vaccinatie-logistiek niet doen door (bijvoorbeeld) de Jaarbeurs of RAI? Grote kans dat het sneller, beter en goedkoper was gegaan. Ieder zijn rol in het leven in het leven, zou ik zeggen. 
 
Het is beter om niet in die Pavlov-achtige pendule-reflex te schieten, uit ideologische overwegingen of opportunisme omdat de samenleving ‘nu eenmaal deze kant op beweegt’.  Het is niet het één of het ander, hoe electoraal aantrekkelijk dat ook mag zijn. En by the way: als de pendule heen en weer schiet tussen markt en overheid passeert men het maatschappelijk middenveld. De wereld waarin markt en missie gecombineerd worden en grote executiekracht zit. Jammer dat de dames en heren politici zo weinig oog hebben voor wat er dáár gebeurt. Wellicht moet de pendule daar maar eens even stil komen te staan: de spotlights op civil power!

 

(februari 2021)
 



Tweels Tweak wordt op persoonlijke titel geschreven door Marc van den Tweel. Van den Tweel is algemeen directeur van Natuurmonumenten, landelijk voorzitter van wielerbond KNWU en toezichthouder bij het Rijksmuseum van Oudheden.
► Meer columns van Marc van den Tweel lezen? Klik hier.